Een week na ‘Oneindige groei op een eindige planeet – het kan’. Antwoord op mijn critici.

Date: 12 augustus 2022

Mijn essay in de Volkskrant van 6 augustus jl. ‘Oneindige groei op een eindige planeet – het kan’ maakt veel los. Er is overweldigende instemming. En op social media is er veel kritiek. Zoals verwacht komt die kritiek van overtuigde voorstanders van consuminderen en degrowth.
Terecht lezen zij mijn essay als een aanval op hun overtuiging dat we alleen met ‘minderen’ de milieuproblemen van vandaag kunnen bestrijden. Ik meen daarentegen dat consuminderen en degrowth veel te weinig opleveren. Te weinig, gezien de enorme opgaves waar we voor staan. Opgaves waar ik er overigens nog een aan toevoeg: en dat is de strijd tegen honger en armoede onder een miljard extreem armen. Ook de Volkskrant publiceerde enkele tegenwerpingen.

Ralf Bodelier, 12 augustus 2022

In mijn essay beweer ik dit: lange tijd liep schade aan het milieu (waaronder het verbruik van grondstoffen) en de uitstoot van CO2 gelijk op met onze economische groei. Hoe welvarender we werden, hoe slechter voor het milieu en het klimaat. Voor wie het milieu en het klimaat ter harte ging, leek er dan ook maar één oplossing. We moeten grenzen stellen aan de groei, zoals de Club van Rome dat 50 jaar geleden al betoogde. Consuminderen en degrowth dus.

Daar stel ik twee dingen tegenover:
A. Consuminderen en degrowth werken maar amper. In ontwikkelingslanden willen nog miljarden mensen, waaronder die een miljard extreem armen, veel meer welvaart. En bij ons, in het Westen, gaan we het gewoon niet doen. Want ook Europeanen, Japanners of Argentijnen willen vooruit. En willen ze al niet méér welvaart voor zichzelf, dan willen ze huidige welvaart toch wel behouden voor hun kinderen en kleinkinderen.
B. Er dient zich een veel betere route aan en die heet ontkoppelen. Innovatie maakt het mogelijk om onze welvaart (en met name die van miljarden armen) verder te laten groeien terwijl zowel de schade aan het milieu als de uitstoot van CO2 afneemt. Wat ons dus te doen staat is méér investeren in dergelijke innovaties.

Deze nieuwe en fascinerende ontwikkeling rond ontkoppeling, vindt al een tijdje plaats. Dat toon ik in het Volkskrant-essay aan met harde data rond milieu, grondstoffen en de uitstoot van CO2; Ik verwijs ook naar publicaties van wetenschappers van het IPCC en het MIT; en naar onderzoek door gezaghebbende instituten als de OESO, de FAO en Eurostat. Ik laat zien dat vrijwel overal in westerse wereld minder grondstoffen worden gebruikt, minder CO2 wordt uitgestoten en de milieuschade weer wordt hersteld. Wat landbouw betreft, gaat het inmiddels om mondiale ontwikkelingen. We gebruiken wereldwijd minder landbouwgrond en producen alsmaar meer voedsel.

Ter illustratie de uitstoot van CO2 in Nederland. En wel sinds 1990 (Via Our World in Data). Je ziet hoe onze economie in 2019 met zo’n 55 procent groeide (het BNP/GDP) en hoe de uitstoot van CO2 met zo’n 25 procent daalde. (Voor het verschil in ‘production-based’ en consumption-based, zie hieronder.)

Wat zeggen mijn critici?

Voor meeste van mijn critici op social media doet dit soort bewijsvoering er niet toe. Veel aanvallen zijn dan ook op de man – ‘Bodelier is een ecofantast’ – of ze herhalen simpelweg het oude mantra dat we moeten consuminderen. En dat we vooral niet in moeten zetten op innovatie en economische groei. Deze aanvallen en kritieken laat ik grotendeels aan me voorbij gaan. Reageren zou niet meer zijn dan het herhalen van zetten.

Ik maak een uitzondering voor het opiniestuk van Karolien van Teijlingen in de Volkskrant van 12 augustus. Voor een betere toekomst moeten we onze blik richten op de grenzen en voorbij de groei. Jammer genoeg speelt ook Van Teijlingen op de man – ‘een lesje economische geografie zou de filosoof goed doen’- maar ze komt ook met een interessant tegenargument: Ja, in het rijke deel van de wereld gebruiken we minder grondstoffen en stoten wij minder CO2 uit, maar dat lukt alleen omdat we onze maakindustrie hebben verplaatst naar ontwikkelingslanden. Door die verplaatsing daalt ons gebruik van grondstoffen en de uitstoot van CO2, maar stijgt hij in het arme deel van de wereld. Onder de streep, wereldwijd, schieten we er dus niets mee op.

Het is een interessant punt dat Van Teijlingen maakt. En het zou inderdaad wel heel cynisch zijn wanneer ze gelijk had. Gelukkig is dat niet zo. Karolien heeft ongelijk.

Laten we even goed kijken naar die verplaatsing van veel maakindustrie naar ontwikkelingslanden. Want dat dit de afgelopen halve eeuw volop gebeurde, is uiteraard een feit. En het is een verplaatsing die ik toejuich: mede dankzij deze ‘outsourcing’ kon alleen al in China een miljard mensen aan hun vreselijke armoede ontsnappen en werden producten voor consumenten in rijkere landen een stuk goedkoper, waardoor wij ons meer konden gaan richten op diensten en innovatie.

Maar hoe reken je nu uit wat de invloed is van deze verplaatsing is op ónze ontkoppeling? Ik hou het vanaf hier even bij de uitstoot van CO2. Want op dit moment is klimaatverandering immers het probleem waarover we ons de meeste zorgen maken.

Er zijn twee manieren om de dalende uitstoot van CO2 in rijke landen te meten.
De eerste is het meten van de uitstoot van de productie van goederen en diensten in eigen land. Deze productie-gebaseerde emissies laten de CO2-uitstoot van geïmporteerde goederen buiten beschouwing.
De tweede manier is het meten van de uitstoot van consumptie van goederen en diensten in een land. In deze ‘consumptie-gebaseerde emissies’ wordt de CO2-uitstoot van geïmporteerde goederen en diensten, bijvoorbeeld uit China, wel meegenomen.

Op beide meetmethoden zien we dan het volgende. Niet alleen de op productie gebaseerde emissies zijn gedaald maar ook de op consumptie-gebaseerde emissies. Het verplaatsen van onze maakindustrie naar arme landen, om die goederen vervolgens weer te importen, leidde dus niet tot een hogere CO2-uitstoot. Ze leidde op z’n slechtst tot een wat ‘verminderende verlaging’ van die uitstoot.

Ter illustratie het BNP en de uitstoot van CO2 in de Verenigde Staten sinds 1990. Je ziet hoe in 2019 de Amerikaanse economie per hoofd van de bevolking groeide met zo’n 55 procent en hoe de uitstoot van ‘consumption-based‘ CO2 daalde met 15 procent en de production-based met 21 procent. Beiden daalden dus. In die zes procent verschil zit dus die verplaatsing van de maakindustrie.

Uit het voorbeeld van Nederland, (zie grafiekje eerder in dit artikel) blijkt dat bij ons de consumptie-gebaseerde emissies nog sterker daalden dan de eigen, productie-gebaseerde emissies. Dat kan dus ook. Onder de streep daalt de CO2 uitstoot sneller door het importeren van producten uit het buitenland. Wanneer we in Nederland de uitstoot van CO2 verder willen terugdringen, doen we er wellicht goed aan om nóg meer boontjes uit Ethiopië, Jeans uit India en televisies uit China te importeren… (dit zijn voorbeelden, ik heb deze concrete landen en producten niet getoetst.) Een onderzoek uit 2018 laat overigens zien dat de verschillen tussen productie- en consumptie-gebaseerde uitstoot doorgaans niet heel groot zijn.

Interessant is dit: na de rijke westerse landen, begint ook China haar economische groei te ontkoppelen van haar CO2-uitstoot. Onderzoek gepubliceerd in iScience van vorig jaar, constateert dat sinds 2013 in China zowel de ‘productie- als consumptie-emissies’ zijn gestabiliseerd, terwijl de economie bleef groeien. Het een vooralsnog ‘relatieve ontkoppeling’ die door technologie wordt aangedreven. Ook China zal dus naar absolute ontkoppeling moeten, net als westerse landen waar die her en der wel al wordt bereikt.

Ter illustratie de uitstoot van CO2 in China sinds 1990 Je ziet hoe de Chinese economie met meer dan 1000 procent, en de uitstoot van CO2 tot 2013 met plm. 200 procent meegroeide. Sindsdien lijkt deze uitstoot te stabiliseren.

Hoe nu verder?

Ontkoppeling gebeurt. En ontkoppeling gebeurt nú. Maar ontkoppeling gebeurt ook nog veel te weinig en veel te langzaam. Meer gerichte investeringen in innovatieve technologie en liefst een mondiale (of in elk geval Europese) CO2 belasting, zou het proces fors kunnen bevorderen. Toch zijn de resultaten van ontkoppeling nu al heel wat overtuigender dan de resultaten van ‘einde aan de groei’ waarvoor sinds de Club van Rome wordt gepleit.

Economische groei is geen speeltje van grote bedrijven of kapitalistische systemen. Economische groei is het gevolg van miljarden beslissingen van miljarden mensen die het beter willen krijgen. Beter in hun leven en dat van hun kinderen, kleinkinderen en medemensen. Zowel bij ons, in het rijke Nederland, als in ontwikkelingslanden in Afrika en Azië. Het afremmen, vertragen of botweg blokkeren van economische groei, gaat niet alleen gepaard met het onderdrukken van de behoeftes van miljarden mensen maar ook van hun vrijheid.

Werkelijke inzet voor de bescherming van het klimaat, lukt alleen wanneer we de verlangens van miljarden weten te vervullen met goederen en diensten die koolstofarm of zelfs koolstofvrij zijn. En ook al gaat dit maar stap voor stap, we zijn er wel degelijk mee bezig. Soms, ik geef het volmondig toe, moet het ook gaan om consuminderen. Ik denk daarbij aan het sterk verminderen van de consumptie van vlees en zuivel. Maar ook dat lukt alleen wanneer we er iets beters voor in de plaats kunnen stellen: van smakelijke vleesvervangers tot kweekvlees. En dat vereist dan toch weer innovatie.

Leave a Reply

Time limit is exhausted. Please reload CAPTCHA.

single.php